De tranen biggelen over mijn wangen. Huilend lig ik op bed. Weer zo’n pijn golf door mijn gezicht en het zweet breekt me uit. Ken je die elektrische stokken waarmee ze koeien drijven? Nou het is alsof zo’n ding tegen mijn kaak aan wordt gedrukt en iemand elke tien minuten op het knopje drukt. Hoe ga ik deze nacht in vredesnaam doorkomen. Snel neem ik een zware pijnstiller die ze me op de eerste hulp hebben gegeven, want tja, zij wisten ook niet wat ze met me aan moesten. Net zoals de drie tandartsen die niets konden vinden op de scans van mijn kiezen.

Wat doe je dan op reis?

Uit pure wanhoop plaats ik een oproepje op Facebook; of iemand tips voor me heeft. Reacties stromen binnen en iedereen probeert me te helpen. Ik lees horror verhalen over ondraaglijke kiespijnen, traumatiserende wortelkanaalbehandelingen en zenuwontstekingen. Iedereen heeft wel iets meegemaakt.

Ondertussen worden er tandartsen en kaakchirurgen in mijn bericht getagd en zelfs mijn eigen tandarts laat weten dat ik hem mag storen op zijn vakantie. Hoezo zijn Nederlanders niet behulpzaam zoals Australiërs? Ik sta versteld van mijn landgenoten en ben zelfs een beetje ontdaan van alle respons. (Of ik ben ik nog wat high van alle medicatie).

Opeens moet ik denken aan de tandarts uit mijn kinderjaren. Zelfs het interieur, de geur van rode fluoride en zijn stem kan ik me nog voor de geest halen. Grappig, wat voor een impact dat heeft gehad. Met de hele familie gingen we op bezoek na schooltijd en dat duurde vrij lang met vijf broers en zussen. Maar wat me vooral is bijgebleven is dat ik het een verschrikkelijke man vond. 

Waarom eindig ik steeds in ziekenhuizen?

Hoe het telkens gebeurt weet ik niet, maar sinds mijn zeventiende beland ik tijdens elke reis ten minste één keer in het ziekenhuis. Gescheurde enkelbanden, motorongelukken of hechtingen in mijn knieën. Noem het maar op. Ik maak geen grapje (mijn vriendin Sandra kan getuigen). Nu kan ik wel gaan zitten zeuren over al deze ziekenhuis ervaringen, maar het bracht me tot een inzicht vandaag.

Sta ik onder stress?

Terwijl ik in de koude stoel lig bij tandarts Jacqueline, zie ik mezelf weer als klein blond meisje bij mijn vroegere horrortandarts staan, schuilend achter mijn moeders rug, in de hoop dat hij je vergeet. Jacqueline ontfermt zich over mij en zegt; ‘you’re far away from home, so I’m your mummie here. You will be alright in the next couple of days. The pain in your jaw is a reaction to stress”. Maar ik ben op reis, hoe kan ik nou gestrest zijn?

Het verlangen naar thuis in benauwde situaties is wat ik veel om me heen zie. Je lichaam komt automatisch in verzet als je het onbekende tegemoet gaat. Een nieuw land waarvan je niet weet hoe je wordt behandeld in medische situaties of hoe je simpelweg een treinkaartje moet kopen. Schijnbaar heeft mijn lichaam iets meer tijd nodig om telkens opnieuw te wennen aan een nieuwe omgeving. Ik heb besloten om wat langzamer te reizen en de pijn is vandaag eindelijk weggetrokken. Ik heb mijn plekje voor nu even gevonden.